NL | FR | EN
            speel muziek (pop-up)

Priester en Bonvivant



26.05.2012 - 16h
Vuillafans (Besanēon)
Info & tickets: Festival de Montfaucon

Programma
De biografie van Clemens, genaamd 'non papa', blijft vooralsnog enigszins in de nevelen van de geschiedenis steken. Geboren op een nog onbekende plaats in de Nederlanden – Diksmuide wordt vaak naar voren geschoven omdat hij daar volgens de 17-eeuwse historiograaf Antonius Sanderus werd begraven – wordt de tot dan vrijwel onbekende priester Jacobus Clemens in maart 1544 vermeldt als zangmeester van de collegiale kerk van St.-Donaas in Brugge. Het lijkt aannemelijk dat hij hier ook zijn Missa Gaude lux Donatiane componeerde. 

De bijnaam non papa ("niet de paus") die hij gedurende zijn hele carričre zal hanteren, duikt voor het eerst op in het schitterende liedboek van Zeghere Van Male (Brugge 1542). Het is wellicht een knipogende verwijzing naar de reeds in 1534 overleden paus Clemens VII. 

Bijzonder intrigerend is de correspondentie die Henri Vanhulst onlangs te Wenen ontdekte. Philippe III de Cro˙, tweede zoon van Philippe II werd door aartshertog Maximiliaan in januari 1553 gevraagd te bemiddelen om Clemens te overtuigen kapelmeester te worden van diens hofkapel. Blijkbaar twijfelt Philippe III want slechts in mei 1553 schrijft hij vanuit zijn kasteel in Heverlee nabij Leuven een merkwaardig negatief advies: Clemens, die in dienst stond van zijn vader en een fort expert a la musique was, zou niet geschikt zijn voor deze functie omdat hij een dronkelap (grand yvrogne) en bovendien ook nog eens mal vivant was. 

Vraag is natuurlijk of Philippe III de waarheid sprak en we hierin geen poging moeten zien om Clemens zelf in dienst te nemen. Of was er toch een kern van waarheid? Feit is dat in het oeuvre van Clemens non Papa zowel het geestelijke als het wereldlijke goed is vertegenwoordigd. 

Clemens non papa's bewaarde oeuvre omvat niet minder dan 15 missen, 2 misdelen, ca. 233 Latijnse motetten, 13 Magnificats, alsook 100 wereldlijke werken (vooral Franse chansons en een aantal Nederlandse liederen). In de muziekgeschiedenis zal zijn naam echter steeds verbonden blijven aan de Souterliedekens, een serie van 159 driestemmige Nederlandstalige psalmzettingen uitgegeven door de Antwerpse drukker Tielman Susato (1556-7). Met die laatste composities kwam hij wellicht tegemoet aan de oproep van Susato uit 1551 om liederen op Nederlandse tekst te componeren die de jeugd niet zouden "bederven" (oneerlycken oft lichtverdigen misbruycke), maar zouden aanzetten tot het prijzen (danckelyck lovene) van God. 

Helaas stierf Clemens voor het beėindigen van deze psalmzettingen op 21 april 1555, zoals blijkt uit een bassusstemboekje bewaard in de Leuvense universiteitsbibliotheek. Daarin wordt zijn motet Hic est vere martyr opgegeven als zijn ultimum opus. De ontbrekende Souterliedekens werden voltooid door Susato zelf. 

De ambiguļteit in Clemens' leven, waarbij we ons niet wensen uit te spreken over de morele kwaliteiten of "gebreken" van Clemens, is de leidraad geweest bij de samenstelling van dit programma. Het introverte, beschouwende (bijvoorbeeld in het motet Si mors dissolvit of in het Nederlandse lied Godt es mijn licht) krijgt een evenwaardig aandeel als het extraverte en het speelse (vb. het drinklied La, la, la Maistre Pierre of de meer frivole zettingen van Frisque et gaillart of Te schepe waert gaen). Dit werd aangevuld met instrumentale versies van werken van Clemens zoals die ook in de zestiende eeuw ongetwijfeld weerklonken, met heuse bewerkingen voor diverse instrumenten van componisten als Ammerbach, Bassano en de Cabeēon, alsook met een keuze uit het gevarieerde aanbod aan instrumentale muziek uit de drukken van Petrus Phalesius. 

Zodoende bieden we een beeld van het gevarieerde aanbod aan polyfone muziek dat men in de Lage Landen kon horen in de tweede helft van de zestiende eeuw, zowel binnenskamers als in openlucht. 

Naar Eugeen Schreurs & Nele Gabriėls

Uitvoerders:

Capilla Flamenca                                                                 
Marnix De Cat: contratenor
Tore Denys: tenor
Lieven Termont: bariton
Dirk Snellings: bas
Jan van Outryve: luit

La Caccia                                                                                         
Patrick Denecker: pommer, blokfluit
Mirella Ruigrok: pommer, dulciaan
Eva Godard: cornetto
Christian Braun: trombone
Dani Pelagatti: pommer, schalmei, dulciaan
Bernhard Stilz: dulciaan

Zie ook de cd Clemens non Papa, Priest and Bonvivant